donderdag 22 augustus 2013

Functie ALS

In een tabel staan in kolom A allemaal getallen onder elkaar.

Het is de bedoeling om naast de getallen een commentaar te plaatsen.

Voor getallen groter dan nul komt de vermelding positief.

Voor getallen kleiner dan nul komt de vermelding negatief.

Voor het getal nul komt voorlopig de vermelding negatief.

We gaan hiervoor de functie ALS gebruiken.

Deze functie heeft drie argumenten.

Het eerste argument is de logische test. Een logische test heeft twee mogelijke resultaten. Namelijk het resultaat kan WAAR of ONWAAR zijn.

Indien de logische test WAAR is, dan is de waarde van het tweede argument het resultaat van de functie ALS.

Indien de logische test ONWAAR is, dan is de waarde van het derde argument het resultaat van de functie ALS.


  • Plaats in een werkblad een aantal getallen onder elkaar in de kolom A.
  • Selecteer de cel naast het eerste getal. In ons geval is dit cel B3.

  • Klik op het tabblad "formules".
  • Klik op het boekje "Logisch".
  • Klik op de functie ALS.


Het dialoogvenster functieargumenten verschijnt.

  • Typ A3>0 in het vak "Logische-test".
  • Typ positief in het vak "waarde-als-waar".
  • Typ negatief in het vak "waarde-als-onwaar".
  • Klik op "OK".

De tekst "Positief" komt tevoorschijn wegens het getal 5.



  • Kopieer de functie naar de onderliggende cellen.

We wensen voor nul de commentaar nul te zien.

Hiervoor gaan we twee maal de functie ALS toepassen.

  • Verwijder de vorige resultaten.
  • Selecteer de cel naast het eerste getal. In ons geval is dit cel B3.
  • Klik op het tabblad "formules".
  • Klik op het boekje "Logisch".
  • Klik op de functie ALS.
  • Typ A3>0 in het vak "Logische-test".
  • Typ positief in het vak "waarde-als-waar".

We gaan terug de functie ALS toepassen. Echter de boekjes in de tabbladen zijn allemaal uitgeschakeld.

We gebruiken het naamvak, om een volgende functie te kunnen selecteren.

  • Plaats de cursor in het vak "waarde-als-onwaar".
  • Klik op het pijltje bij het naamvak.
  • Klik op de functie ALS.

Er verschijnt terug een dialoogvenster "functieargumenten".


Nu kunnen we met behulp van een logische test de overblijvende mogelijkheden negatief en nul achterhalen.

  • Typ A3=0 in het vak "Logische-test".
  • Typ nul in het vak "waarde-als-waar".
  • Typ negatief in het vak "waarde-als-onwaar".
  • Klik op "OK".

De tekst "Positief" komt tevoorschijn wegens het getal 5.

  • Kopieer de functie naar de onderliggende cellen.