dinsdag 19 november 2013

Achternaam

In een werkblad zijn een aantal namen aangebracht. We wensen de achternaam te bekomen.
We passen eerst de functie "Rechts" toe.
  • Selecteer een lege cel naast de naam.
  • Klik op het tabblad "Formules".
  • Klik op het boekje "Tekst".
  • Klik op de functie "Rechts".
Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt.

  • Klik op de cel waarin de volledige naam staat.

Tussen de voornaam en achternaam is een spatie aangebracht. In een vorig punt hebben we gezien dat we via de functie Vind.Spec de positie van de spatie kunnen achterhalen. Dit is de positie van links gezien. Voor de functie rechts hebben we het aantal tekens nodig van rechts gezien. Dus hier gaan we ook de functie Lengte nodig hebben. Het aantal tekens zal het verschil zijn tussen het resultaat van Lengte en dat van Vind.Spec.
  • Klik in het vak "Aantal-tekens".
  • Selecteer de functie "Lengte" in het naamvak.

Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt.
  • Klik op de cel waarin de volledige naam staat.
  • Klik op "OK".
De volledige naam verschijnt in de cel. We passen vervolgens de functie Vind.Spec toe. Hiertoe openen we terug de functieargumenten voor de functie Rechts.

  • Plaats de cursor vooraan in de formulebalk.
  • Klik op fx.

Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt.
  • Plaats de cursor achteraan in het vak "Aantal-tekens".
  • Typ "-".

  • Selecteer de functie "Vind.Spec" in het naamvak.

Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt. Het vak "Zoeken_tekst" is reeds geselecteerd.

  • Duw op de spatiebalk.
  • Klik in het vak "In_tekst".
  • Klik in de cel met de volledige naam.
  • Klik op "OK".

De achternaam verschijnt. We kopiƫren het resultaat naar beneden. Let op de syntax in de formulebalk.