dinsdag 11 maart 2014

Functie Gelijk

In één van mijn opleidingen werd gevraagd hoe je kan testen of een tekst in hoofdletters werd ingetypt. Hiervoor kan je de functie gelijk gebruiken.

Deze functie bevindt zich in het boekje "Tekst" onder het tabblad "Formules".

  • Breng in een werkblad in de eerste kolom een aantal namen aan.Sommige in hoofdletters andere in kleine letters.
  • In de tweede kolom komt de test.
Indien bij de functie gelijk de tekenreeks identiek is, bekom je de logische waarde 1. We kunnen met behulp van de functie ALS de teksten ja of nee laten verschijnen. Met de functie gelijk vergelijken we de aangebrachte tekst met dezelfde tekst maar omgezet in hoofdletters. Hiervoor gebruiken we de functie hoofdletters. Indien beide gelijk zijn dan was de tekst in hoofdletters ingetypt. Hier gaan we.
  • Selecteer de cel B2.
  • Klik op het tabblad "Formules" in het lint.
  • Klik op het boekje "Logisch".
  • Klik op de functie "ALS".


Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt.

We brengen eerst de teksten ja en nee aan.
  • Klik in het argument "Waarde-als-waar".
  • Typ "ja".
  • Klik in het argument "Waarde-als-onwaar".
  • Typ "nee".

  • Klik in het argument "Logische-test".
Nu halen we via het naamvak de functie gelijk op.

  • Klik op het pijltje bij het naamvak.
In ons geval staat de functie "Gelijk" nog niet in het keuzelijstje.
  • Klik op het item "Meer functies...".
Het dialoogvenster "Functie invoegen" verschijnt. Hierbij is de categorie "Logisch" geselecteerd. Hierdoor zie je alle logische functies van Excel. We wijzigen de categorie naar "Tekst".

  • Klik op pijltje van de keuzelijst "Of selecteer een categorie:".
  • Klik op het item "Tekst".

  • Klik op de functie "Gelijk".


  • Klik op "OK".
Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt voor de functie "Gelijk".

  • Klik in het argument "Tekst2".
  • Klik op de cel "A2".
Nu halen we de functie "Hoofdletters" op.

  • Klik in het argument "Tekst1".

  • Klik op het pijltje bij het naamvak.
In ons geval is de functie "Hoofdletters" reeds zichtbaar.

  • Klik op de functie "Hoofdletters" in de lijst.

Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt voor de functie "Hoofdletters".

  • Klik op de cel "A2".
  • Klik op "OK".
Het resultaat "ja" verschijnt in de cel B2.

  • Voer de berekening door naar de andere cellen.